De bloemenwinkel (zie foto) is eigenlijk
het best te gebruiken voor een dorpskern,
ofschoon er meer mogelijkheden zijn (kwekerij).
De plaatsing van ramen en deuren is in de
tekening niet aangegeven, omdat die voor
ieder huisje verschillend kan zijn. Het dak
is beplakt met een fijn soort waterproof schuurpapier. De goten zijn wattendragers (ronde beukenhouten stokjes, te koop bij drogist of apotheker). De u-vormige baleinen uit een oude paraplu zijn echter ook bijzonder geschikt. De winkelpui is beplakt met fineer; de ruiten kunt u maken van cellon, celluloid of perspex. Met een beetje fantasie kunnen takjes, grasjes en wat strooisel een fleurige etalage opleveren, die verlicht wordt door een rijwielachterlichtlampje, gesoldeerd aan twee geisoleerde koperdraadjes (1,5 mm) met massieve kern (zie schets). De draadjes worden beide vastgezet in de bodemplaat.

Het villahuisje is in grote trekken hetzelfde als de bloemenwinkel. De gevellijsten zijn echter, evenals de goten, van wattendragers gemaakt. De voordeur is van karton; de onderrand van het huis is beplakt met een randje steentjesprofiel. Voor de afwerking van de binnenkant van de ramen is gekleurd papier of een fijn nylonweefsel bijzonder prettig.
U kunt de hierbij afgedrukte tekening beschouwen als een prototype, dat naar wens gewijzigd en uitgebreid kan worden (mits het ministerie voor modelbouw een vergunning verstrekt). De schets geeft al enkele voorbeelden. Klimop, struiken of planten
rondom het huis zorgen voor een levendig
geheel.
Vertelt u ons eens welke resultaten u met
dcze manier van bouwen bereikt?
