Van oudsher werd er met treinen ook post vervoerd, doorgaans in speciale postrijtuigen. Het eerste vervoerscontract tussen een spoorwegmaatschappij, de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM), en de Posterijen werd in 1844, vijf jaar na de ingebruikname van de eerste spoorlijn in Nederland, afgesloten. De partners spraken met elkaar af dat er dagelijks één pakket met poststukken tussen Amsterdam en Den Haag en vice versa zou worden vervoerd.
Postrijtuig Type P III, was op de rails tussen 1895 en 1940.
De eerste jaren groeit het aantal postpakketten, dat per dag per spoor vervoerd wordt gestaag. Na 1860 breidt het spoorwegnet zich sterk uit. Op de vier belangrijkste lijnen rijden vanaf 1876 'spoorwegpostkantoren'. In deze treinen zijn postbeambten tijdens de rit bezig met sorteren. Rond de eeuwwisseling is dit 'werkend vervoer', de sorteercentra van toen, op alle belangrijke spoorlijnen ingevoerd.
Door de sterk toenemende economische activiteiten wordt de snelheid van postvervoer steeds belangrijker. Om hierop te kunnen reageren wordt in 1905 gestart met nachtposttreinen. Door de hoge kosten duurt het echter nog tot 1930 voordat er een uitgebreid nachtposttreinennet gerealiseerd wordt. Doordat de post in de vroege morgenuren arriveert en de lokale treinen, stoomtrams en bussen nog niet rijden, komt tegelijk het vervoer met de postauto van de grond.
Een nieuwe ontwikkeling, die zich ook in deze jaren voordoet betreft de oprichting van expeditiegebouwen in de grote steden in de directe omgeving van het station. Als eerste wordt in 1924 in Amsterdam een dergelijk expeditiegebouw in gebruik genomen.
Toen de NS in de jaren dertig stroomlijnmaterieel in dienst begon te stellen, ontstond er behoefte aan postrijtuigen die daaraan gekoppeld konden worden. Vlak voor en na de Tweede Wereldoorlog werden er stroomlijnpostrijtuigen (Pec) gebouwd, in enkele iets van elkaar verschillende uitvoeringen.
Na een korte inzinking van het postvervoer per trein als gevolg van de Tweede Wereldoorlog neemt de snelheid van het binnenlands vervoer sterk toe. Naast het nachtnet wordt gebruik gemaakt van een dagpostnet, dat door de voortgaande elektrificatie van het spoorwegnet steeds sneller wordt. Het vervoerssysteem sluit beter aan op het principe van twee postbestellingen per dag.

Hilversum, 22 februari 1969. Postrijtuig Pec 902 tussen een Hondekop en treinstel 268. Dit gestroomlijnde postrijtuig is als enige bewaard gebleven. Deze postrijtuigen waren primair bestemd voor gebruik in elektrische treinen. Ze konden ook dienst doen achter dieseltreinstellen, maar dit kwam in de praktijk weinig voor. De deuk boven de koppelingen stamt uit de tijd dat de dieseltreinstellen (DE3) nog een ander type koppeling hadden dan de Scharfenbergkoppeling van de elektrische treinstellen. De postrijtuigen hadden toen een koppeling waarvan een deel omhoog geklapt kon worden. Nadat de DE3'en een andere koppeling hadden gekregen, verviel deze constructie. De later gebouwde postrijtuigen misten dan ook de deuk boven de koppeling.
Motorposten
In 1956 wordt besloten de postwagons los te koppelen van de reizigerstreinen. PTT komt dan met eigen motorpostrijtuigen op de baan.
Aanvankelijk waren dat omgebouwde Blokkendozen (Mat'24). Toen de Mat'24-motorposten te oud werden, besloot de PTT om geheel nieuwe posttreinen te laten bouwen. Deze werden afgeleid van Plan T en in 1965-1966 door Werkspoor gebouwd. Ze hebben een maximumsnelheid van 140 km/u en mogen 200 ton aanhang trekken. Toen in 1979 alle post met aparte treinen moest kwamen er speciale postwagens: de rode Hbbkkss-wagons (ook wel H-post genoemd). In 1970 zijn twee posttreinen uitgebrand en in 1991 en 1995 nog twee. In de loop van de jaren sloten steeds meer poststations, en er kwam dus een overschot aan mP's en H-posten. Daarom begon in 1995 de afvoer van de 31 resterende mP's en de H-posten, en in juni 1997 reed de laatste posttrein...
Daarna reden er nog een tijdlang 7 mP's werkplaatstreinen, waartoe de PTT-emblemen zijn 'verwijderd'; dit betrof de 3019, 3024, 3027, 3029, 3030, 3033 en 3034. In de loop der jaren verloren de mP's steeds meer werkplaatstreinen, in 2001 was er bijvoorbeeld alleen nog een gecombineerde dienst Tbge-Mt en Tbge-On, waar slechts twee stellen voor nodig waren (3027 en 3030, waarvan 1 reserve). Zodoende zijn ze ook vaak ingezet voor wegleerritten.
In de herfst van 2000 is mP 3027 voor het eerst ingezet als zgn. Sandite-sproeier, tegen gladheid. De herfst daarop nam ook de 3030 hieraan deel.
Vier andere motorposten zijn omgebouwd tot testtreinen voor nieuwe beveiliging.
In 1992 werd mP 3032 uitverkoren verder door het leven te gaan als ATB/Telerail-meetrijtuig, dit ter vervanging van de oude Blokkendoos Jules. De 3032 is helemaal omgebouwd en heeft een geinig grijs kleurtje met een heleboel electronicatekens e.d gekregen; z'n standplaats is Amersfoort. In 2000 is de Jules overgenomen door Eurailscout, zodat'ie voorlopig nog wel z'n meetrondjes zal trekken! De oude Jules is overigens sinds 1997 van de Stibans en is bruingespoten op de Wgm neergezet, bij al het andere museummateriaal aldaar. De technische installaties zijn uitgebouwd en bestemd voor de Blokkendoos van het NSM.

Posttrein van het Sternet, ca. 1990
Sternet
Al in de jaren zestig tekent zich een tendens bij PTT af naar eigen railvervoer. Begin jaren zeventig gaat de NS zich richten op een optimalisering van het reizigersvervoer. Hierin past geen integratie van postvervoer en reizigersvervoer. De NS wenst dan ook vanaf de dienstregeling 1979-1980 dat vrijwel geen postwerkzaamheden meer op de reizigersperrons zouden plaatsvinden. Logisch gevolg is dat er binnen PTT gedacht gaat worden aan een eigen vervoersnet met eigen perrons. Daarnaast speelt de aandacht die de politiek heeft voor de doelmatigheid van het PTT bedrijf, met name de post. Na een diepgaande studie naar een nieuwe aanpak wordt gekozen voor herstructurering. Uitgangspunt hierbij is een netwerk bestaande uit een aantal gecentraliseerde expeditiekantoren.
In 1971 kondigt directeur-generaal H. Reinoud aan dat er 18 tot 20 Expeditie Knoop Punten (EKP'n) komen en 150 tot 200 centra waar sortering voor de bestelling plaats zal vinden. In 1977 wordt de definitieve indeling van de regio's en het aantal EKP'n (12) vastgesteld en kan de vernieuwing in gang worden gezet. Vanaf 1979 rijden speciale posttreinen vijf keer per etmaal tussen twaalf grote stationspostkantoren in een 'Sternet'. Centrale punt in dit netwerk is het EKP van Utrecht. De overige plaatsen zijn zeven provinciehoofdsteden: Arnhem, Den Haag, Groningen, Haarlem, 's Hertogenbosch, Leeuwarden, Zwolle en verder Amsterdam, Rotterdam, Roosendaal en Sittard.
Tilburg, eind jaren 70
EKP
Door de invoering van het Sternet wordt Utrecht het kloppend hart van het postvervoer per rail. Een vijftal keren (slagen) per dag wordt de aan en af te voeren post tussen de twaalf EKP'n uitgewisseld. Dit net is vooral 's nachts in vol bedrijf. De belangrijkste routes zijn de lijnen, die eindigen in Leeuwarden, Groningen, Enschede, Nijmegen en verder in Maastricht, Vlissingen, Rotterdam/Den Haag en Amsterdam/Haarlem. Daarnaast bestaat een randstadverbinding tussen Amsterdam, Haarlem, Den Haag en Rotterdam.
Laatste trein
In de jaren negentig wordt de congestie op het spoor een probleem voor PTT Post. Steeds vaker treden vertragingen op. Gevolg is dat er kritisch gekeken wordt naar de meest efficiënte manier van postvervoer. Ondertussen wordt nog wel met NS Cargo onderhandeld over verbeteringen en ook over de kosten van het treinvervoer. Enige verbetering treedt wel op, onder meer door vermijding van de spits, maar het resultaat van de onderzoeken leidt toch tot de keuze voor vervoer met vrachtwagens in plaats van treinen. Hiermee samenhangend is ook een vernieuwde opzet van het netwerk van de expeditieknooppunten, dat wordt terug gebracht tot zes sorteercentra voor brievenpost. Op 20 mei 1997 maken de posttreinen hun laatste omlooproute door het land.
De Pec 902, mP 3031 en een getrokken postrijtuig zijn bewaard gebleven. Ze zijn allen naar het Spoorwegmuseum overgegaan. De mP 3031 is nog geheel rijvaardig maar staat inmiddels opgeslagen in de loods in Blerick.